Chapter 10 WE ZULLEN HET ZELF MOETEN DOEN

Amsterdam, april 2017

Beste Paul Verhaeghe,

De drievuldigheid of triniteit die we van het Christendom kennen paste Freud op de mens toe door hem te begrijpen vanuit id, ego en superego. Freud zette de mens met beide benen op de grond. Het id is, volgens Freud, de onbewuste laag van de persoonlijkheid, daar waar onze wensen en verlangens zitten. Aan de andere kant zit het superego, het geweten, het deel dat ons zegt wat mag en niet mag; een soort Japie als het ware, de groene krekel van Pinokkio. Tussen id en superego zit ego dat voortdurend bemiddelt tussen individuele wensen en verlangens en maatschappelijke regels. Die drievuldige interactie tussen het menselijke organisme en zijn omgeving zien we ook bij de Amerikaanse socioloog George Herbert Mead. Hij had het over het zelf dat communiceert met het ik, de pure vorm van het zelf, en het mij, de sociale vorm van het zelf. Jijzelf bent psycholoog die na Freud en Mead ook greep wil krijgen op de mens, maar nu die van honderd jaar later. Jij vraagt je al langer af waarom er tegenwoordig zoveel mensen zijn die tegen allerlei problemen aanlopen in het dagelijkse leven. Zij hebben met existentiële vragen te maken die samenhangen met maatschappelijke veranderingen die mensen ongelukkig maken. Anders dan bij Freud (waar jij een kenner van bent) en anders dan bij Mead (waarop jouw werk misschien wel veel mee lijkt) gaat het bij jou om identiteit, dat aan de bovenkant bemiddelt met autoriteit en aan de onderkant met intimiteit. Over identiteit en autoriteit schreef jij de afgelopen jaren achtereenvolgens twee boeken: Identiteit (Verhaege 2012) en Autoriteit (Verhaege 2015). Aan het derde boek, Intimiteit, werk je op dit moment.

Onlangs maakte je de tussenbalans op en sprak je in de Kohmstammlezing over Identiteit, Autoriteit, Onderwijs (Verhaege, 2017). Ik zat bij die lezing ergens vooraan en luisterde vol interesse naar jouw verhaal. Daar vertelde je nog maar weer eens dat onze identiteit door de maatschappelijke veranderingen een andere invulling heeft gekregen. Identiteit wordt, zeker vandaag de dag, nogal eens opgevat als iets dat niet verandert en een harde kern heeft. Daarover denk jij terecht heel anders. Identiteit is veel minder eigen dan wij vaak denken en verbonden met een maatschappelijke omgeving waarbinnen wij ons ontwikkelen. Kan identiteit zelf steeds verschillend zijn, het proces naar identiteitsontwikkeling, waar je misschien wel meer over te zeggen hebt, is steeds hetzelfde. Dat zie jij als een constructieproces dat over de tijd invulling krijgt en waarbij tegelijk sprake is van identificatie en separatie, van optrekken aan en afzetten tegen, van meekrijgen en zelf bepalen. Identificatie (waar we veel over weten) verklaart vooral waarom bepaalde mensen uit dezelfde omgeving en cultuur meer op elkaar lijken. Separatie (waar we weinig over weten) laat de eigen en andere keuzes zien. Deze twee wisselen elkaar niet over de tijd af maar zijn voortdurend en altijd met elkaar in de weer. Omdat bij jou identiteit iets relationeels is en jij het steeds hebt over verhoudingen tot de ander, stel je identiteitsverhoudingen centraal. Voor jou zijn dat er vier: de verhouding tot jezelf, het andere geslacht, de andere-gelijke en de andere-autoriteit.
In je hele werk ben je bijzonder kritisch over de neoliberale organisatie van onze samenleving met een economische ondertoon die zo bepalend is voor wie we zijn. Met jouw kritiek ben ik het eens, maar of dat door onze economische kijk op dingen komt vraag ik mij af. Je hebt economen van diverse pluimage en volgens mij heeft het veelmeer met onze eenzijdige instrumentele rationaliteit te maken, die inderdaad minder oog heeft voor het gemeenschapsgevoel en het individu centraal stelt met nadruk op competentie, concurrentie en eigen succes. In deze hyperindividuele, instrumentele samenleving moet je het maken. Lukt dat niet dan ben je een loser en voel je je schuldig. Natuurlijk kan niet iedereen aan die hoge eisen voldoen, dat zie jij dagelijks. Maar er zijn ook problemen waar je met identiteit alleen niet wegkomt en waarbij je misschien wel een laag hoger moet kijken. Veel problemen vandaag de dag hebben namelijk met gebrek aan gezag of autoriteit te maken, van internationaal terrorisme tot en met ouders en leerkrachten die niet meer goed weten hoe ze met hun kinderen om moeten gaan. Hier gaat het jou niet zozeer om existentiële problemen maar meer om problemen die te maken hebben met westerse waarden en normen. In jouw boeken en lezing ontrafel je eerst wat het is en waarom we hier tegenwoordig problemen mee hebben. Veel mensen denken dat die met de teloorgang van de westerse samenleving samenhangen, de vreemdeling die in ons leven is gekomen en het verdwijnen van een overzichtelijke samenleving. Veel mensen denken ook dat het allemaal iets van de laatste tien tot twintig jaar is. Terecht, denk ik, wijs jij er fijntjes op dat dat helemaal niet zo nieuw is. Vanaf de zeventiende eeuw al zijn we de autoriteit van Kerk en Koning in twijfel gaan trekken en is er een democratiseringsproces op gang gekomen dat op bepaalde momenten maatschappelijk zichtbaar wordt. Zo dachten we in de zestiger jaren dat we het maar beter zonder autoriteit af konden. Werd er toen een teveel aan autoriteit ervaren, nu, enkele decennia later, denken we weer dat er veel te weinig autoriteit is. Autoriteit kent volgens jou geen natuurlijke bron maar regelt, zoals je in het verlengde van Hannah Arendt schrijft, de verhoudingen tussen mensen op grond van vrijwillige onderwerping gebaseerd op een interne dwang. Bij jou gaat het daarbij om de verhouding tot de ander. Hiermee weten we nog steeds niet goed raad. Autoriteit verschilt zo fundamenteel van macht waarbij het gaat om iets wat van buiten wordt opgelegd, waaraan je bent onderworpen en dat je kan dwingen.

Het vrijemarktmodel dat ons cultureel op allerlei manieren omringt, beïnvloedt het onderwijs natuurlijk sterk. Om succesvol te kunnen zijn is hier de nadruk komen te liggen op competenties en vaardigheden en gaat het om zelfmanagement en ondernemerschap. En natuurlijk krijgen we nu de leerlingen die we gevraagd hebben en die vanuit zichzelf vragen wat het onderwijs hen oplevert. Maar jij bent niet alleen kritisch over de eenzijdige identiteitsontwikkeling waar het onderwijs aan bijdraagt. Het onderwijs, eigenlijk de hele opvoeding, is ook nog eens verlegen geworden ten aanzien van zijn eigen handelen. Ouders en leerkrachten zijn onzeker geworden en voelen zich niet door het systeem gesteund. Autoriteit moet volgens jou opnieuw gegrond worden en onderlinge verhoudingen opnieuw gedefinieerd. Autoriteit kan niet meer van buiten en bovenaf opgelegd worden maar moet van onderop tot stand komen. Jij hebt veel op met autonome individuen die onderdeel uitmaken van een netwerk waar ze zelf in geloven en die niet naar boven en beneden kijken maar naar hoe anderen opzij reageren. Het onderwijs moet netwerken rondom de leerling vormen, waar docenten en bestuurders, ouders en de sociale omgeving deel van uitmaken. Scholen waar mensen naast elkaar staan en naar elkaar verwijzen. Veel hiervan zul jij (zullen wij) in de toekomst verder moeten uitwerken. Ook verdient de samenhang tussen identiteit en autoriteit, en straks ook nog intimiteit, veel van jouw aandacht. Maar je hebt gelijk dat we op zoek moeten naar nieuwe vormen van sociale organisatie die bovendien volume krijgen op verschillende niveaus van de samenleving. Maar hoe dit op schaal te brengen, vroeg is mij wel direct af. Duidelijk werd het mij wel dat er veel is te doen, dat drong die middag wel zachtjes tot mij door. Jouw boek ‘Autoriteit’ eindigde er al mee en jouw lezing sloot je er ook mee af; woorden die mij heel erg aanspreken, waarmee je mij deelgenoot maakt van een lange, interessante traditie, mij wakker schudt in het kerkbankje en mij aan het werk zet: we zullen het zelf moeten doen.

Dank je wel.

Grote groet, -Harrie

Verhaege, P.(2017). Identiteit, Autoriteit, Onderwijs. Kohnstammlezing. Amsterdam: Vossiuspers UvA.

Verhaege, P. (2015). Autoriteit. Amsterdam|Antwerpen: De Bezige Bij.

Verhaege, P. (2012). Identiteit. Amsterdam: De Bezige Bij.