Chapter 8 GRENZEN VERLEGGEN

Amsterdam, februari 2017

Beste Julian Baggini,

Wij zijn ons verstand verloren en met die hartenkreet val je in jouw nieuwe boek meteen met de deur in huis. Was ons rede en rationaliteit meer dan 2000 jaar bijzonder dierbaar, tegenwoordig lijken die er minder toe te doen. Verschillende politici stellen openlijk de vraag of experts nog wel zo nodig zijn. Feiten zijn minder belangrijk dan emoties. Wij hebben, zo lijkt het, steeds minder vertrouwen in de rede. Wat maakt het allemaal nog uit. Het kapitalisme heeft veel van de menselijkheid weggenomen, we hebben Auschwitz gehad, veel wordt bepaald door onze genen en de grote multinationals doen toch wat ze niet laten kunnen. We volgen tegenwoordig ons hart en onze passie omdat we denken dat we daar nog greep op hebben. Over dat irrationele landschap maak jij je nogal zorgen. Jij vindt jezelf een geschikt persoon om hierover een boek te schrijven. Ik geloof dat je gelijk hebt. Je bent universitair geschoold en staat daarmee met één been in de wetenschap. Maar de standaard academische stijl die is jou te ‘high brow’, te precies en niet zelden rigide. Je voelt je de laatste jaren thuis buiten de universiteit waar je werkt als redacteur, journalist en schrijver. Zo sta je met het andere been in de samenleving. Je hebt de afgelopen jaren honderden wetenschappers geïnterviewd en weet maar al te goed als buitenstaander wat er in die wereld speelt. Je hebt je bezig gehouden met filosofie en religie. Jij overziet, zeg je zelf, het hele bos en niet, zoals wetenschappers zelf vaak, een boom, een enkele struik of zelfs een blad. In ‘The edge of reason. A rational skeptic in an irrational world’ vraag jij je af hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen met de rede en wat er moet gebeuren om die weer betekenis te geven.

Sinds Plato is de rede altijd het hoogst haalbare geweest. De wereld is veel complexer geworden maar volgens jou kennen rede en rationaliteit vier uitgangspunten die terug te voeren zijn op Plato. Elk uitgangspunt zie jij als een mythe die volgens jou een voor een moet worden doorgeprikt. De eerste van de vier mythes, waar we nog steeds last van hebben, is de mythe dat subjectiviteit er in het vormen van een oordeel er niet toe doet. Rede zou eigenlijk altijd tot een bepaalde conclusie moeten leiden. Maar jij laat zien dat er altijd een subjectief element meespeelt. Op het hoogste niveau van de natuurwetenschap, bijvoorbeeld, is een klein groepje topwetenschappers het helemaal niet met elkaar eens over de centraal onderliggende theorie en kunnen niet tot een vergelijk komen hoe het in elkaar zit. Ook de tweede mythe is al duizenden jaren oud en houdt in dat de ziel zou worden voortgetrokken door twee paarden: het intellect of rede aan de ene kant en de emotie aan de andere kant. Als de rede maar de touwtjes in handen heeft, komt het goed. Maar die rede kan helemaal niet functioneren zonder die emotie en die onderlinge verbondenheid moet ook erkend worden. Het was ook Plato die met het idee kwam dat rationaliteit en rede ons op een goede manier aanzet tot handelen en het dan vanzelf wel tot het goede handelen leidt. Tot slot zou het volgens diezelfde goede, oude Plato goed zijn als in gemeenschappen filosofen koningen zouden zijn. Zover is het nooit gekomen maar de geschiedenis heeft wel overduidelijk gemaakt wat het betekent als er teveel vertrouwen is in objectieve waarheid en als systemen menen te weten hoe mensen zouden moeten leven. De geschiedenis heeft duidelijk gemaakt dat een rationele staat veel meer subtiliteit veronderstelt.
Misschien moeten we wel erkennen dat de rede van de troon is gestoten juist omdat haar ster zo hoog was gerezen. Maar nu die zo in twijfel wordt getrokken, moet de positie ervan worden geherdefinieerd en opnieuw bezien. Die herdefiniëring is nodig omdat de rede en rationaliteit zijn gestrand in het mulle zand van populisme en postmodernisme. Om de kar weer aan het rijden te krijgen moeten we meer los komen van de harde, steriele wetenschappelijke kijk op de zaak die zo de boventoon die zo de boventoon voert. Volgens jou is het belangrijk dat de grenzen van de rede opnieuw worden vastgesteld en we meer oog hebben voor kritisch denken waar denken nodig is. Jijzelf plaatst diverse kanttekeningen bij rede en rationaliteit en je vraagt je inderdaad als lezer af, wat heb jijzelf nog met die rede: ben je niet veel te kritisch om die nog te kunnen verdedigen? Maar jij kijkt daar juist anders tegen aan. Juist omdat je zoveel met rede en rationaliteit op hebt, wil je snappen wat er scheelt. Jij vergelijkt jezelf met een topatleet. Die moet ook heel veel trainen en er voor zorgen dat zijn zwakke plekken aandacht krijgen. Volgens jou is het nodig dat intellectuelen en academici zelf ook nagaan denken over waar het bij rede en rationaliteit om moet gaan en welke vorm bij deze tijd past. Jij staat een sceptische houding ten opzicht van de rede voor en een bredere benadering dan die waar nu sprake van is. Het gaat jou om duidelijke en vanzelfsprekende principes, om duidelijke stappen die gezet kunnen worden, om het regelmatig herbezien van conclusies en het steeds onder ogen zien van de consequenties ervan. Dat betekent volgens jou per definitie dat we er heel langzaam op vooruit gaan, dat totale waarheid misschien wel nooit wordt bereikt, maar wel dat er een soort stabiliteit en zekerheid nodig is en dat in de basis duidelijk is waar we voor staan. Jij voelt je in deze zin erg thuis in de gedachtewereld van Hume, die ook vindt dat we de beperkingen van de rede moeten accepteren en dat er daarbij altijd een bepaalde graad van twijfel aanwezig moet zijn. Jij vindt dat we weer geloof moeten krijgen in de kracht en de reikwijdte van rationaliteit. Maar ook dat academici en intellectuelen zich weer verantwoordelijk gaan voelen voor dat rationele domein en ervoor zorgen dat we hierbinnen weer met elkaar kunnen discussiëren en argumenteren. Verschillen zullen en moeten er ook blijven als we het maar eens zijn over de gedeelde basis van de rationaliteit en die basis zelf niet teveel in twijfel trekken.

In jouw boek heb je vooral ook voor het proces en hoe we met elkaar omgaan. Je geeft er zelfs een hele gids met 50 tips bij, die voor mij niet hadden gehoeven. Maar het belangrijkste voor jou is dat we weer kunnen schaatsen met elkaar ook al is het ijs dun. Wij hebben geen andere keuze. Als ik naar buiten kijk zie ik dat er vandaag een dun laagje ijs ligt op het water waar mijn woning ligt. Wat lijkt mij dat weer heerlijk, schaatsen. Misschien zijn we het met z’n allen wel een beetje verleerd. Met enkele aanwijzingen, zoals jij die in dit mooie boek geeft, moet dat toch weer lukken.

Dank je wel.

Grote groet, -Harrie

Baggini, J.(2016). The edge of reason. A rational skeptic in an irrational world. New Heaven and London: Yale University Press. €18,10