Chapter 37 EEN VERHAAL VAN MENSEN

Amsterdam, juni 2019

Beste Alessandro Baricco,

Tien jaar geleden schreef jij De Barabaren. Daarin val jij cultuurpessimisme en onheilsdenken aan dat er vanuit gaat dat ons cultuur van alle kanten in gevaar wordt gebracht, of het nu over de megaboekhandel gaat of jongeren die maar niet willen lezen. “Waar wachten wij op, verzameld op de markt?/ De barbaren zullen vandaag moeten komen.”, schreef Kavafis al. Jij laat de angst los, neemt het op voor de nieuwe ontwikkelingen en staat aan de kant van de mensen die de Cultuur maar niet serieus lijken te nemen. Volgens jou is die nieuwe wereld vooral barbaars in de ogen van de oude wereld. Voor jou is de barbaar helemaal niet die vernietiger maar veelmeer degene op zoek naar een nieuwe wereld die vreemd, nieuw en totaal anders is. Ook in jouw nieuwe boek The game maak jij duidelijk dat ons leven in alle opzichten is veranderd. Het leven lijkt oppervlakkiger geworden nu we het niet meer met de aandacht en precisie van de pottenbakker vormgeven. De globalisering en de digitalisering hebben een ander mens van ons gemaakt. Maar jij ziet dit nog steeds niet als een listige invasie van barbaren die al langer op de stadspoorten staan te kloppen en ongedurig op hun beurt wachten om de boel eens flink op te schudden. In De Barbaren en zeker in The Game ben jij optimistisch over deze culturele ontwikkelingen. Jij hoeft niet zozeer het grote verleden te verdedigen en omarmt eerder de huidige tijd, net als zoveel andere mensen nu. De wereld is veranderd en de mens is gemuteerd en jij hebt de behoefte om eens met wat afstand tegen dat alles aan te kijken. Vanuit dat begrip wil jij weten waarnaar wij op weg zijn, wat de antropologische waarde ervan is, of we het wel overleven met z’n allen, of het niet te kunstmatig en te oppervlakkig wordt en of het ons niet aan diepgang ontbreekt. Als een ouderwetse cartograaf, dat wel, breng jij het huidig culturele landschap in kaart, laat je zien wat er is gebeurd en plaats je er kanttekeningen bij. In ‘The Game’ schetst jij de plaatsen, de namen en de momenten ervan en beschrijf je de tijd waarin we leven.

Wij zijn zo’n beetje van dezelfde leeftijd en al die veranderingen, waar jij uitgebreid in jouw boek op in gaat, hebben we allebei meegemaakt. Het spel waar jij jouw geschiedschrijving mee begint ken ik niet: Space Invaders; dat wil zeggen ik heb er wel van gehoord maar nooit mee gespeeld. Het is een twee dimensionaal spel in zwart-wit dat eind jaren zeventig plotseling gespeeld wordt met een kleine tv voor je en een joystick en twee knoppen ter hand. Je gooit een muntje in het apparaat en je begint te schieten. Jij speelt er met groot enthousiasme mee en het is iets heel anders dan het tafelvoetbalspel en de flipperkast waar dan ook mee gespeeld wordt. Deze twee spellen lijken plotseling ouderwets. Het digitale spel is anders omdat het immaterieel en grafisch is en indirect gespeeld wordt. Het fysieke element speelt geen rol meer en in dit spel zitten enkele elementen die we vanaf de jaren tachtig tegen komen. In twintig jaar tijd (1980-2000) wordt een hele andere speeltafel ingericht wanneer teksten, geluiden en beelden worden gedigitaliseerd, we allemaal op onze eigen machine gaan werken en we met elkaar verbonden worden. Het gaat dan steeds om de combinatie mens-toetsenbord-scherm en het spel kan in vele variaties gespeeld worden. Space Invaders is een hele eenvoudige kennismaking met de nieuwe tijd, die pas echt wordt ingezet wanneer de eerste personal computers verschijnen: de IBM-pc, de Commodore 64 en de Mac. In die twintig jaar verschijnt de cd, maken we kennis met digitale fotografie, wordt het ‘world wide web’ geopend, maken we kennis met mp3-formaat, verschijnt de eerste browser (Mosaic), een onlineboekwinkel (Cadabra, dat later Amazon wordt), de eerste IBM smartphone, Playstation, de zoekmachine Yahoo, de dvd, wordt Windows 95 geïntroduceerd, komt er de handelplaats ebay en, als klapper, maken we in 1998 kennis met Google. De speeltafel is dan ingericht maar in de jaren die erop volgen (1999-2007) moeten mensen er ook mee leren spelen. Er komen allerlei gereedschappen waarmee mensen zich het spel eigen leren maken. Zo komen er download mogelijkheden met Napster. Wikipedia, LinkedIn, de Blackberry smartphone, Skype, Facebook, YouTube, Twitter, YouPorn, en Kindle. Aan het einde van deze periode presenteert Steve Jobs de iPhone waarmee alles ook nog eens in eenvoudige handelingen is om te zetten. Wanneer we hebben geleerd er mee om te gaan, breekt in 2008 de tijd aan waarin het spel heel normaal wordt en die fase laat jij doorlopen tot 2016. De streamingsdienst Spotify komt er, we downloaden apps, Airbnb, Uber en Whatsapp verschijnen, en ook de politiek verandert (je noemt als voorbeelden de website van Obama en de Italiaanse vijfsterrenbeweging). Dan komen er nog Instagram, iCloud, Snapchat, digitale tv, Tinder. Alles wordt toegankelijk, snel en vrij. Jouw boek is natuurlijk niet alleen een dorre opsomming van deze ontwikkelingen. Je plaatst er interessante kanttekeningen bij waardoor je ook anders tegen de tijd waarin we leven gaat aankijken. Althans dat geldt voor mij. Mensen slagen erin om tussenpersonen en tussenstappen over te slaan en krijgen rechtstreeks grip op dingen waar ze anderen niet meer voor nodig hebben. Voorgangers, experts en grondleggers zijn minder nodig en ons zelfbeeld en zelfvertrouwen worden daarmee aardig opgeschroefd (allicht soms te veel). Anders dan tijdens de Industriële Revolutie vindt er in onze tijd een vorm van dematerialisatie plaats, gereedschappen worden onzichtbaar en wat van belang is vederlicht. De positie van mensen wordt totaal anders nu iedereen zomaar aan de andere kant van de wereld kan gaan zitten, daar nieuwsgierig rond kan kijken, ideeën weg kan halen of kan plaatsen. Vanuit de kern van onze huidige wereld (mens-toetsenbord-scherm) en met elkaar creëren we een hele eigen nevenwereld. Naast onze eigen werkelijkheid kan iedereen daar van alles vinden en er op allerlei manieren naar binnen. Het leven wordt in beweging gebracht en onze wereld is heel anders dan die trage, selectieve wereld die wij voor 1980 gewend waren. Die nieuwe wereld draait zaken behoorlijk om. Anders dan vroeger staat de beloning bovenaan en de inspanning onderaan en de complexiteit (waar nog wel degelijk sprake van is) wordt onder de motorkap gebracht. Daar hoeven we ook niet meer zo veel voor te doen en naar te kijken, zoals vroeger. De ervaring ligt voor het grijpen. Het gaat in onze tijd niet in de eerste plaats om theorieën maar veel meer om tools, handelingen en oplossingen. Voor jou is de oude ervaring een daad, havens, als het ware, waar we aankomen. De post-ervaring van nu vergelijk jij meer met de open zee.

In jouw kanttekeningen (waar heel veel meer over te zeggen is dan ik in deze korte brief kwijt kan) maak je drie opmerkingen die bij mij bleven hangen. Allereerst plaats jij deze hele culturele ontwikkeling in het licht van de twintigste eeuw waarin zoveel oorlogen zijn gevoerd en slachtoffers zijn gevallen. Zo had ik er nog niet eerder tegenaan gekeken. Onze beschaving, die zo lang vast heeft gehouden aan vastigheid, bestendigheid, grenzen en scheidslijnen, heeft verandering nodig. Het is nodig om los te komen van de ideeën die ons alleen maar tegenover hebben elkaar gebracht. Oplossingen en gereedschappen daar hebben we misschien tegenwoordig wel met z’n allen meer behoefte aan. Iets anders dat jij opmerkt, en dat ik interessant vindt, is dat deze ontwikkeling voortkomt uit de tegencultuur van de zestiger en zeventiger jaren, een tijd die cultureel opvallend was maar waarover vaak gedacht wordt dat er weinig uit voort is gekomen. Jij kijkt daar anders tegen aan. Tot slot, als het over ons nieuwe culturele landschap gaat worden de technologische veranderingen benadrukt die ervoor hebben gezorgd dat we mentaal veranderd zijn. Eigenwijs als je bent, zie jij dat nu juist andersom. Er heeft een mentale mutatie plaats gevonden die de weg vrij maakt voor de digitale revolutie. Jij draait dat om, als zoveel dingen in dit boek, en ook dat spreekt mij bijzonder aan. Tot en met de beschrijving van The Game (2008-2016) vind ik jouw boek bijzonder goed. Echter vanaf de commentaren die jij op dat tijdperk geeft, raak ik de draad behoorlijk kwijt. Wat vind je nou precies van dat landschap waar we nu met z’n allen in zijn beland, van massa-individualisme en de rol van de nieuwe elite. Je tekent het allemaal nog eens voor ons uit en helemaal aan het eind vat je het, misschien wat overdreven, ook nog eens samen in vijfentwintig stappen. Wat ons rest van de waarheid (behalve een onstabiel, dynamisch en open land) en.wat ons rest van de kunst (behalve dat er veel meer is dan cultuur met een grote C) vind ik onduidelijker. Hier ben jij zoekend en misschien kun jij alleen maar zo open staan voor nieuwe ontwikkelingen. Voor de lezer echter wordt het dan moeilijk. De kracht van jouw boek is vooral dat we anders naar die wereld om ons heen en onszelf gaan kijken. Dat merkte ik al toen ik recent naar een dialoog over cultuur keek en dat merk ik ook wanneer ik naar mijn eigen werk kijk en dat behoorlijk ouderwets vind. Aan het einde schrijf je dat we eigenlijk op zoek zijn naar wat meer humanisme. Daar had je het misschien in het laatste deel wel wat meer over kunnen hebben, tot ik besefte dat jij er zelf er zo’n verhaal van mensen van had gemaakt.

Dank je wel.

Grote groet, -Harrie Jonkman

Baricco, A. (2019). The game. Amsterdam: de Bezige Bij 335 pagina’s. 24,99 euro.